FunderConsult

Wie betaalt de fundering? Nederland is in Europa de uitzondering

Funderingsschade valt in Nederland buiten elke polis, en er staat geen collectieve regeling tegenover. Dat is geen natuurwet maar een keuze — Frankrijk, België en Denemarken dekken dezelfde schade wél, het Verenigd Koninkrijk al sinds 1971. Een vergelijking van tien landen, en wat daaruit te leren valt voor de Nederlandse praktijk.

funderingenverzekeringbeleideuropaklimaatrisicodroogte

Laatst bijgewerkt op 4-9-2026

Twee woningen, gebouwd in hetzelfde decennium, op vergelijkbare klei- of veengrond. Beide krijgen na een reeks droge zomers scheuren in de gevel, klemmende deuren en een vloer die niet meer waterpas ligt. De ene staat in Nederland, de andere honderd kilometer zuidelijker in België.

De Nederlandse eigenaar belt zijn verzekeraar en krijgt nul op het rekest: funderingsschade is geleidelijk, en een opstalpolis dekt plotselinge en onvoorziene gebeurtenissen. De Belgische eigenaar heeft aanspraak op zijn brandverzekering, omdat de wetgever daar in 2021 heeft vastgelegd dat inklinking door langdurige droogte een natuurramp is. En had het huis in Denemarken gestaan, dan was er sinds 2022 een publieke droogteschaderegeling geweest die precies dit schadebeeld vergoedt.

Zelfde bodem, zelfde schade, zelfde klimaat. Ander antwoord.

De Nederlandse opgave in vier getallen

425.000

Panden met verwachte funderingsschade binnen tien jaar

780.000

Verwachting voor 2050

€ 30k – 120k

Herstelkosten per woning

€ 56 mln

Publiek geld voor de aanpak, 2025–2028

Dat verschil is het onderwerp van dit artikel. Niet omdat het buitenland het per definitie beter doet — er zitten flinke haken en ogen aan elk van de modellen — maar omdat het laat zien dat de Nederlandse situatie een keuze is en geen onvermijdelijkheid. Wij zetten tien landen naast elkaar, laten zien met welk instrument ze het regelen, en vertalen dat naar de vraag die er voor professionals in deze keten toe doet: wat betekent het als een risico niet collectief gedragen wordt, maar per pand moet worden aangetoond?


Waarom funderingsschade hier buiten de polis valt

Om te begrijpen wat andere landen anders doen, moet je eerst zien waarom de Nederlandse polis hier niet werkt. Een opstalverzekering dekt schade door een gebeurtenis die drie eigenschappen heeft: plotseling, onvoorzien, en van buiten komend. Funderingsschade voldoet aan geen van drieën.

Polisvoorwaarde Funderingsschade Waarom
Plotseling Nee Paalrot en zettingsverschil verlopen over jaren tot decennia. De scheur is de uitkomst van een proces, niet de gebeurtenis zelf.
Onvoorzien Nee In een veengebied met lage grondwaterstand en een pand van vóór 1970 op houten palen is het risico juist goed voorspelbaar.
Van buiten komend Deels Een deel van de oorzaak zit in het pand zelf: funderingstype, belasting, staat van het hout.

Daar komt een verzekeringstechnisch probleem bovenop dat zwaarder weegt dan de definitie. Het risico is geografisch geconcentreerd. Wie in een risicogebied woont, heeft het bijna zeker; wie op zand woont, bijna zeker niet. Een vrije markt kan dat niet spreiden: verzekeraars zouden panden in risicogebied moeten weigeren of onbetaalbaar tariferen, en alleen eigenaren met een probleem zouden zich nog verzekeren.

Precies dáár hebben andere landen ingegrepen. Niet door de definitie te ontkennen, maar door de spreiding wettelijk af te dwingen — over een heel land in plaats van over een polisportefeuille. Vijf jaartallen vatten samen hoe verschillend die keuze uitvalt:

Jaar Land Wat er gebeurde
1971 Verenigd Koninkrijk Bodemdaling wordt standaarddekking in de opstalpolis
1982 Frankrijk Wet op het rampenregime; later uitgebreid naar kleikrimp
2021 België Interpretatieve wet trekt droogteschade in de brandpolis
2022 Denemarken Publieke droogteschaderegeling treedt in werking
2025 Nederland Kabinet kiest bewust voor leningen, niet voor dekking

De vergelijking: tien landen, vier kringen

Hoe dichter bij de kern, hoe verder de collectieve regeling reikt. Nederland staat in de buitenste ring — samen met Duitsland en Zweden, maar anders dan die twee ook zonder het vangnet van een bredere natuurrampendekking ernaast.

Hoever reikt de collectieve regeling voor funderingsschade?
COLLECTIEF GEDEKTFrankrijk · BelgiëDenemarkenMARKTSTANDAARD ZONDER WETVerenigd KoninkrijkPOOL ZONDER FUNDERINGSSCHADENoorwegen · Spanje · ItaliëGEEN COLLECTIEVE REGELINGDuitsland · Zweden · Nederland

Dezelfde indeling in detail. Let vooral op de derde kolom: een land kan een voorbeeldige rampenpool hebben en tóch niets doen aan funderingsschade.

Land In de opstal-/brandpolis? Verplicht? Droogte- en krimpschade gedekt? Onderzoek bij verkoop? Publiek geld
Frankrijk Ja via rampenuitbreiding Ja elke opstalpolis Ja mits gemeente aangewezen Ja grondonderzoek bij bouwgrond Staatsherverzekering + preventiefonds
België Ja wettelijk deel brandpolis Ja eenvoudige risico's Ja sinds de wet van 2021 Nee Tariferingsbureau, rampenfondsen
Denemarken Nee polis dekt het niet Deels publieke regeling ernaast Ja via de droogteschaderegeling Nee Naturskaderåd, gevuld via de brandpolissen
Ver. Koninkrijk Ja standaard peril Deels markt en hypotheekeis Ja kleikrimp is dé oorzaak Nee wel survey-praktijk Geen, volledig privaat
Noorwegen Deels naturschade zit erin Ja gekoppeld aan elke brandpolis Nee droogte expliciet geen natuurramp Nee Norsk Naturskadepool
Italië Deels aparte catastrofepolis Deels bedrijven, geen huishoudens Nee alleen beving, water, verschuiving Nee Subsidie-uitsluiting als dwangmiddel
Spanje Deels toeslag op elke polis Ja maar voor andere gevaren Nee bodemzetting uitgesloten Nee Consorcio de Compensación de Seguros
Duitsland Deels alleen met elementairmodule Nee discussie loopt al jaren Nee droogtekrimp expliciet erbuiten Nee Ad-hoc noodfondsen na rampen
Zweden Deels plotselinge naturschade Nee Nee zetting en droogte uitgesloten Nee Geen algemene regeling
Nederland Nee uitgesloten als geleidelijke schade Nee Nee Nee alleen mededelingsplicht Leningen, geen subsidie

Hieronder de vier kringen van binnen naar buiten. Die volgorde is het argument.


Droogteschade collectief gedekt

Frankrijk: het verste doorontwikkelde model

Elke Franse opstalverzekering bevat verplicht de dekking voor natuurrampen. Kleikrimp — in Frankrijk bekend als retrait-gonflement des argiles, het krimpen en zwellen van kleibodems — is daarbinnen uitgegroeid tot een van de duurste posten, met ruim tien miljoen woningen in zones met matig tot hoog risico. Het schadebeeld is herkenbaar voor iedereen die hier in het veld staat: scheuren in gevels, klemmende deuren, schade die pas na een droge zomer zichtbaar wordt en daarna niet meer weggaat.

Wat het model draagt:

  • Financiering. Een opslag op élke schadepolis, per 1 januari 2025 verhoogd van 12 naar 20 procent. Dat levert het stelsel ongeveer €1,5 miljard per jaar extra op. De staatsherverzekeraar CCR draagt de staart van het risico.
  • Erkenning per gemeente. Let op De dekking is níet automatisch. Er moet eerst een interministerieel besluit komen dat de gemeente in staat van natuurramp verklaart. Dat is meteen de zwakke plek: de erkenningscriteria zijn jarenlang bekritiseerd en sindsdien stapsgewijs versoepeld. Een eigenaar in een niet-erkende gemeente staat met dezelfde scheur met lege handen.
  • Kwaliteit van de expertise. Sinds 1 januari 2025 bindt een decreet de schade-expertises aan eisen op het gebied van onafhankelijkheid, doorlooptijd en rapportinhoud. Dat is een erkenning van iets wat wij ook zien: bij langzame schade bepaalt de kwaliteit van het onderzoek de uitkomst.
  • Onderzoeksplicht bij verkoop. Bij verkoop van bouwgrond in een risicozone moet sinds 1 oktober 2020 een geotechnisch vooronderzoek bij de akte. Vóór een bouwcontract volgt een tweede, uitgebreider onderzoek.
  • Geld vóór de schade. In oktober 2025 startte een preventiefonds van €30 miljoen, als proef in elf departementen. Het betaalt een kwetsbaarheidsdiagnose en preventieve maatregelen — vóór het eerste scheurtje.

Die laatste twee punten zijn voor de Nederlandse discussie interessanter dan de dekking zelf. Frankrijk is het enige land in deze vergelijking waar onderzoek naar de ondergrond een wettelijke aanleiding heeft op het moment van overdracht.

België: het meest kopieerbare model

Verzekeraars die in België de tak "brand — eenvoudige risico's" aanbieden, zijn wettelijk verplicht natuurrampen mee te verzekeren, waaronder aardverschuiving of grondverzakking. Die verplichting bestaat al sinds 2006 en is verankerd in de verzekeringswet van 4 april 2014.

Toch werkte hij jarenlang niet voor droogteschade, en de reden daarvoor is leerzaam. De wet eiste een beweging van een belangrijke massa van de bodemlaag. Een kleibodem die onder een woning uitdroogt en krimpt, is volgens verzekeraars geen bewegende massa. Rechters legden die definitie strikt uit, consequent in het nadeel van de bewoner. Het probleem zat dus niet in de dekkingsplicht, maar in één zinsnede.

De wetgever heeft dat doorbroken met een interpretatieve wet van 29 oktober 2021: inklinking door een langdurige periode van droogte valt er wél onder. Belangenorganisatie Assuralia en verzekeraar Allianz vroegen vernietiging van die wet. Het Grondwettelijk Hof verwierp dat beroep met arrest nr. 86/2023 van 1 juni 2023, met de redenering dat de bepaling dit altijd al zo bedoeld had.

Twee dingen maken dit tot het meest relevante precedent voor Nederland:

  1. "Plotseling en onvoorzien" is een polisdefinitie, geen natuurkunde. Een wetgever kan die grens verleggen naar langzame schade, en dat houdt stand bij de hoogste rechter.
  2. Betaalbaarheid is apart geregeld. Voor panden die de markt niet tegen normale voorwaarden wil verzekeren, stelt het Tariferingsbureau de premie vast — begrensd op 0,9 promille van het verzekerde bedrag, met een geïndexeerd eigen risico van ruwweg €610. Zonder zo'n vangnet betekent een dekkingsplicht in de praktijk een weigerplicht.

Denemarken: een publieke regeling náást de polis

Denemarken bewijst dat het ook zonder verzekeringsplicht kan. De Deense opstalpolis dekt zettingsschade niet — net als de onze. Maar sinds 1 juli 2022 is er een publieke droogteschaderegeling (tørkeskadeordning), ondergebracht bij de Naturskaderåd, de raad die ook de stormvloed- en overstromingsregelingen beheert en die gevuld wordt met een vaste solidariteitsbijdrage via de brandpolissen.

De regeling vergoedt ernstige zettingsschade en scheuren die het gevolg zijn van langdurige droogte in de ondergrond — exact het schadebeeld waar dit artikel over gaat. De voorwaarden zijn streng, en juist daarom leerzaam:

  • De regeling dekt alleen wat de gewone polis niet dekt — hij verdringt de markt niet, hij vult het gat.
  • Een onafhankelijke, door de raad aangewezen deskundige stelt vast of droogte de oorzaak is. De kwaliteit van het onderzoek is dus onderdeel van de regeling zelf.
  • Kleine scheuren zijn uitgesloten. De regeling is er voor constructieve schade, niet voor cosmetiek.

Voor de Nederlandse discussie is Denemarken misschien wel het interessantste voorbeeld: geen ingreep in het verzekeringscontract, geen premieplicht, maar een afgebakende publieke kas met een onafhankelijke schadevaststelling erbovenop. Dat is institutioneel een veel kleinere stap dan het Franse of Belgische model.


Marktstandaard zonder wet

Verenigd Koninkrijk

Dekking voor subsidence verscheen in 1971 op de markt — één verzekeraar voegde de dekking gratis toe om klanten te winnen, met een eigen risico van enkele procenten van de verzekerde som. Hypotheekverstrekkers zagen het en gingen de dekking eisen voor elke woning met een lening; binnen enkele jaren was het standaard. Er is tot vandaag geen wet die het voorschrijft; er is een markt die het niet meer kan weglaten.

Kleikrimp na hete, droge zomers is er de dominante schadeoorzaak. De hittezomer van 2022 leverde in het tweede halfjaar alleen al zo'n 18.000 claims op. De gemiddelde uitkering kwam in het eerste kwartaal van 2026 uit op £17.820 — de hoogste die brancheorganisatie ABI ooit registreerde, 9 procent boven een jaar eerder.

Twee details verdienen aandacht, omdat ze precies raken aan wat langzame schade zo lastig maakt:

  • De ABI Domestic Subsidence Agreement regelt claims die over een verzekeraarswissel heen lopen. Bij schade die zich over jaren ontwikkelt is de vraag "bij wie was u verzekerd toen het begon?" anders onbeantwoordbaar — en dus een reden om niet uit te keren.
  • Marktdekking is geen gegarandeerde dekking. Let op Verzekeraars mogen na schade de dekking beperken of intrekken. Woningen met een claimhistorie belanden bij gespecialiseerde partijen tegen hogere premies. Wie het Britse model als ideaal presenteert, moet dit erbij vertellen.

Wel een pool, funderingsschade er structureel buiten

Noorwegen

Noorwegen heeft op papier het Belgische model: elke brandverzekering bevat van rechtswege een natuurrampendekking, en alle schadeverzekeraars zijn wettelijk verplicht lid van de Norsk Naturskadepool, die de schade over de markt verevent. Gedekt zijn onder meer aardverschuivingen — gedefinieerd als het plotseling losraken van steen-, grond-, klei- of sneeuwmassa's — overstroming en storm.

En daar zit de grens: vorst, droogte, neerslag en sneeuwlast zijn expliciet géén natuurramp in de Noorse wet. Een woning die langzaam wegzakt doordat de kleibodem uitdroogt, valt buiten de pool. Noorwegen laat daarmee zien dat zelfs het sterkste poolmodel niets betekent zolang de definitie langzame schade uitsluit — het spiegelbeeld van wat België in 2021 juist repareerde.

Spanje

Het Consorcio de Compensación de Seguros vergoedt "buitengewone risico's" uit een verplichte toeslag op vrijwel elke schadepolis: overstroming, aardbeving, tsunami, wind boven 120 km/u, vulkanisme, meteorietinslag en terrorisme. Het is een van de sterkste solidariteitsconstructies in Europa.

En bodemzetting, verzakking en grondverschuiving zijn er juist uit weggeschreven, tenzij ze samenvallen met een buitengewone overstroming. Spanje laat daarmee zien dat een rampenpool op zichzelf niets oplost: het gaat om de vraag welke gevaren erin zijn opgenomen.

Italië

De Begrotingswet 2024 verplicht bedrijven zich te verzekeren tegen aardbeving, overstroming en aardverschuiving, met invoeringsdata gespreid over 2025 — 31 maart voor grote ondernemingen, 1 oktober voor middelgrote, 31 december voor kleine en micro-ondernemingen. Het dwangmiddel is elegant: wie niet meedoet, verliest toegang tot subsidies en overheidssteun. Geen boete, wel een prikkel die aankomt.

Huishoudens vallen er echter buiten, en langzame bodemdaling staat niet in de opsomming van gedekte gevaren. Voor het funderingsvraagstuk is Italië dus vooral interessant vanwege de methode, niet vanwege de dekking.


Geen collectieve regeling

Duitsland: dichtst bij de Nederlandse situatie

De Duitse basis-opstalverzekering dekt geen bodemdaling. Dat kan alleen via de vrijwillige elementairdekking, en zelfs dán geldt de dekking uitsluitend voor natuurlijke bodemdaling. Zetting van aangevuld materiaal en krimp van een uitdrogende kleibodem vallen er in de rechtspraak expliciet buiten. Een verplichte elementairdekking wordt al jaren besproken maar is niet ingevoerd; een aanzienlijk deel van de woningvoorraad heeft de module niet eens.

Duitsland is daarmee het spiegelbeeld van België: dezelfde discussie, dezelfde definitiekwestie, maar zonder wetgever die de knoop doorhakt.

Zweden: alleen het plotselinge is gedekt

De Zweedse villapolis dekt natuurschade breder dan de onze — aardverschuiving, bergstorting en zelfs aardbevingen vanaf kracht 4 zitten er standaard in. Maar de grens ligt op precies dezelfde plek als bij ons: het moet plotseling zijn. Zetting, verzakking door grondwerk en schade door hitte of droogte gelden als uitgesloten of als "normaal onderhoud", en oppervlakkige scheuren zijn sowieso van vergoeding uitgesloten. Al in 1983 besloot de Zweedse wetgever bewust géén algemene natuurrampenvergoeding op te tuigen. Voor funderingsschade staat de Zweedse eigenaar er dus net zo alleen voor als de Nederlandse.

Nederland: wel het probleem, niet het instrument

Bij ons ontbreken alle vier de instrumenten. Geen dekking, geen dekkingsplicht, geen onderzoeksplicht bij overdracht, geen preventiefonds — en anders dan in Denemarken ook geen publieke schaderegeling ernaast. De koper is aangewezen op de mededelingsplicht van de verkoper en zijn eigen onderzoeksplicht — precies de constructie waarin het onderwerp uit de koopakte verdwijnt.

De meerjarenaanpak die het kabinet op 4 juli 2025 naar de Tweede Kamer stuurde, kiest daar bewust niet voor: geen subsidie op funderingsherstel, wel leningen. Het Fonds Duurzaam Funderingsherstel is sinds 1 juli 2025 landelijk beschikbaar voor eigenaren die geen marktfinanciering krijgen, met €20 miljoen extra in 2026 en €56 miljoen cumulatief voor de periode 2025–2028.

Zet dat naast de opgave en de verhouding spreekt voor zich:

Publiek geld naast de herstelopgave, in miljoenen euro

Fonds 2025-2028€ 56 mln
Opgave (laag)€ 12,8 mrd
Opgave (hoog)€ 51 mrd

De twee onderste balken zijn een eigen berekening: 425.000 panden maal €30.000 respectievelijk €120.000 herstelkosten. Ze zijn geen raming van wat de overheid zou moeten betalen — het overgrote deel van dat bedrag komt hoe dan ook van eigenaren. Ze laten wel zien wat het fonds is en wat het niet is: een financieringsinstrument, geen schaderegeling. Het verandert niet of je betaalt, alleen wanneer.


Wat Europa wél regelt — en wat niet

Er is geen EU-regel die bepaalt wie funderingsschade betaalt, en die komt er op korte termijn ook niet. Verzekeringscontractenrecht en rampenvergoeding zijn nationale bevoegdheden — de tien landen hierboven zijn acht EU-lidstaten plus het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen, en de verschillen lopen dwars door het EU-lidmaatschap heen. Wat er wel ligt, raakt de randen:

Wat Wat het doet Raakt funderingsschade?
EIOPA en ECB — voorstel voor een Europees systeem voor natuurrampenrisico Publiek-private EU-herverzekeringspool plus een EU-rampenfonds. Uit de EIOPA-Eurobarometer 2025 blijkt dat slechts 17 procent van de respondenten dekking heeft voor schade aan eigendom door natuurrampen. Nee gaat over overstroming, storm, aardbeving en bosbrand
Bodemrichtlijn (EU) 2025/2360, in werking 16 december 2025 Verplicht lidstaten bodemgezondheid te meten via gemeenschappelijke descriptoren: onder meer textuur, verdichting, verzilting en organische stof. Indirect meetverplichting waarin bodemdalingsdata logisch past
Eurocode 7 (NEN-EN 1997) Geharmoniseerde geotechnische ontwerpnorm. Indirect normeert hoe je ontwerpt, niet wie de schade draagt

Kortom: Europa normeert de techniek en meet de bodem. De rekening blijft nationaal.


Vier knoppen die elders bestaan en hier niet

Als je de tien landen naast elkaar legt, blijven er vier instrumenten over. Ze zijn los van elkaar in te zetten, en alleen Frankrijk gebruikt ze alle vier.

Aantal van de vier instrumenten dat een land inzet

Frankrijk4 van 4
België2 van 4
Denemarken2 van 4
Ver. Koninkrijk1 van 4
Noorwegengeen
Italiëgeen
Spanjegeen
Duitslandgeen
Zwedengeen
Nederlandgeen

1. De definitie in de wet zetten. België heeft met één interpretatieve wet de grens verlegd van plotselinge naar langzame schade, en dat hield stand bij het Grondwettelijk Hof. Denemarken deed hetzelfde met een aparte regeling die droogte expliciet als schadeoorzaak benoemt. Dit is de goedkoopste knop: hij kost geen begrotingsgeld en verlegt alleen wie het risico draagt. Noorwegen is het tegenvoorbeeld: een verplichte pool die niets betekent voor funderingsschade, omdat droogte er in de wet expliciet buiten valt.

2. Collectieve dekking met gespreide financiering. Frankrijk en België verplichten de dekking in de polis; Denemarken vult een publieke kas via een bijdrage op de brandpolissen. In alle drie de gevallen wordt een risico dat per polis niet te spreiden is, gespreid over een land. Zonder een tariferingsvangnet, zoals het Belgische, wordt een dekkingsplicht in de praktijk een weigergrond.

3. Onderzoeksplicht bij overdracht. Alleen Frankrijk verplicht een geotechnisch vooronderzoek bij verkoop in risicogebied. Dit is de knop die het informatieprobleem raakt in plaats van het geldprobleem: hij legt het onderwerp op tafel op het enige moment dat iedereen aan tafel zit.

4. Geld vóór de schade. Het Franse preventiefonds betaalt diagnose en maatregelen voordat er schade is. Nederland financiert pas ná de schade, en dan met een lening — het duurste moment op de curve.


Wat dit betekent voor de Nederlandse praktijk

Zolang die knoppen niet zijn ingedrukt, ligt de last op de plek waar hij nu ligt: bij de partijen die per pand moeten vaststellen wat er aan de hand is. Dat heeft concrete gevolgen.

Voor makelaars en taxateurs. Nederland heeft geen Frans grondonderzoek bij de akte, dus is de beroepsmatige navraag het enige moment waarop het onderwerp aan bod komt. Vraag bij een pand van vóór 1970 in veen- of kleigebied standaard naar funderingsonderzoek en herstelhistorie. Zie Funderingsrisico's bij aan- en verkoop voor hoe dat in het NHG/NRVT-proces past.

Voor financiers. In Frankrijk en België is een aangetaste fundering een verzekerd voorval; hier is het een openstaande verplichting op het onderpand. Dat verschil hoort in het acceptatiebeleid te staan. Een funderingsrisico-inschatting (voorheen funderingsrisicorapport) is een inschatting en geen oordeel over het pand — reden om door te vragen, niet om af te wijzen.

Voor gemeenten en corporaties. Waar het collectief niet via de premie loopt, loopt het via de gebiedsaanpak. Een bouwblok waarin één pand achterblijft, trekt de rest mee naar beneden. Dat is precies de coördinatie die een Franse gemeenteverklaring wél organiseert en die hier per straat geregeld moet worden.

Voor eigenaren die schrikken van het nieuws. Begin klein en hou de volgorde aan. Zonder verzekeraar die het dossier stuurt, is die volgorde het enige wat voorkomt dat er geld naar de verkeerde maatregel gaat. De Deense regeling maakt onafhankelijke schadevaststelling niet voor niets tot kern van het stelsel.

  1. Stap 1

    Funderingsrisico-inschatting

    voorheen Funderingsrisicorapport

    Bureau-inschatting van het funderingsrisico op pandniveau, op basis van de Nationale Funderings Database — zonder bezoek op locatie.

    Beoordeling: Klasse A t/m E

  2. Stap 2

    Verkennend funderingsonderzoek

    voorheen QuickScan / Fase 0-onderzoek

    Beperkt onderzoek op locatie door een erkend bureau: metingen aan het pand die het risico bevestigen of ontkrachten.

    Beoordeling: laag / midden / hoog

  3. Stap 3

    Uitgebreid funderingsonderzoek

    voorheen Fase 1- en 2-onderzoek

    Volledig veldonderzoek — lintvoeg, lood, scheur, vloerveld, ondergrond en archief; waar nodig inspectieput en paalinspectie.

    Beoordeling: voldoende tot slecht

Wil je eerst weten wat herstel ongeveer kost, dan geeft de herstelkostencalculator op adresniveau een onderbouwd bedrag.

En bij herstel: leg het vast. Dit is het punt waarop het ontbreken van een verzekeraar het hardst aankomt. In een land met dekking houdt de verzekeraar het dossier bij; hier verdampt het bewijs bij de volgende eigenaarswissel als niemand het registreert. Registratie in het Nationaal Funderingsherstel Register is dan het enige wat overblijft — en het is ook de enige manier waarop uitgevoerd herstel bij een toekomstige taxatie nog waarde heeft.


Wat hier nog niet hard is

Bij een vergelijking over landsgrenzen heen hoort een eerlijke opsomming van wat er niet is uitgezocht.

Peildatum van dit overzicht is 31 augustus 2026. Het is geen juridisch advies: controleer de primaire teksten voordat je je op een buitenlandse regeling beroept.


Tot slot

De discussie in Nederland gaat bijna altijd over de omvang van het probleem — 425.000 panden nu, 780.000 in 2050, tientallen miljarden aan herstel. Die cijfers zijn niet in geschil, en ze veranderen niets aan de vraag wie de rekening krijgt.

De landenvergelijking laat zien dat die verdeling nergens uit de techniek volgt. België had dezelfde definitie als wij en heeft die met één wet verlegd. Denemarken had dezelfde polisuitsluiting als wij en zette er een publieke regeling naast. Frankrijk had hetzelfde kleiprobleem en heeft het in het rampenregime gezet. Het Verenigd Koninkrijk had geen wet nodig omdat de hypotheekverstrekkers de dekking afdwongen.

In al die gevallen gebeurde er iets dat losstond van de bodem: iemand besloot dat dit risico niet bij de individuele eigenaar hoort te liggen. Zolang dat besluit hier niet valt, blijft de last liggen bij de partijen die per pand moeten vaststellen wat er aan de hand is — en zijn de kwaliteit van dat onderzoek en de registratie erna het enige wat een eigenaar beschermt.


Bronnen

Gerelateerde artikelen

Artikel

Droogte zet funderingen op scherp — maar het echte tekort zit in de informatievoorziening

EenVandaag bracht deze week het funderingsprobleem opnieuw onder de aandacht: 425.000 woningen met risico tot 2050, versterkt door extreme droogte. De belangrijkste nuance uit datzelfde item wordt makkelijk over het hoofd gezien — er is tijd. Juist daarom is de vraag wie professionals van betrouwbare informatie voorziet nú relevanter dan de vraag hoe groot het probleem is.

4-9-2026Lees meer

Artikel

Het funderingsregister bestaat al

Inbreng voor het commissiedebat Funderingsproblematiek van 10 september 2026. Het landelijk funderingsrisicobeeld bestaat al, zit sinds april in elke taxatie en leert van elk onderzoek op locatie.

4-9-2026Lees meer

Artikel

Vergunning bij funderingsherstel: waar het vastloopt en wat er nú al beter kan

Nieuw onderzoek in opdracht van RVO laat zien waarom de vergunning bij funderingsherstel zo vaak de vertrager wordt. De kern: funderingsherstel bestaat juridisch niet als aparte categorie — en de grootste winst zit niet in nieuwe regels, maar in de uitvoeringspraktijk.

4-9-2026Lees meer