FunderConsult

Veelgestelde vragen

Antwoorden over risico-inschattingen en funderingsonderzoek

Lees wat een funderingsrisico betekent, wanneer een QuickScan of uitgebreider onderzoek nodig is en hoe u woninginformatie laat corrigeren. Bekijk ook de kennisbank voor verdiepende artikelen. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan contact met ons op.

FAQ

#

1. Kosten en herstel

Vraag: Hoe worden de herstelkosten bepaald en waarop zijn de uitgangspunten gebaseerd?
Antwoord: De herstelkosten worden berekend op basis van een vierkante meterprijs per regio, bepaald door marktonderzoek naar herstelkosten bij erkende bedrijven. De herstelmethoden verschillen per funderingstype, waarbij paalfunderingen en ondiepe funderingen andere kostenstructuren hebben. Grotere panden op houten paalfunderingen kunnen hogere kosten hebben, terwijl ondiepe funderingen vaak goedkopere herstelmethoden zoals grondinjectie gebruiken.

Vraag: Kunnen de herstelkosten gespecificeerd worden op basis van verschillende risico’s, zoals paalrot of ontwateringsdiepte?
Antwoord: Funderingsrisico’s zijn afhankelijk van het type fundering, en herstelmethoden variëren ook dienovereenkomstig. De relatie tussen de kosten en het type fundering kan worden vastgesteld.


2. Waarschijnlijkheden en risico’s

Vraag: Hoe worden de waarschijnlijkheden van paalrotschade bepaald?
Antwoord: De waarschijnlijkheden van paalrotschade worden berekend met een prognose van 30 jaar vooruit. Deze kansen zijn gebaseerd op statistische modellen en worden geoptimaliseerd in samenwerking met verschillende banken om nauwkeurige risico-indicaties te geven.

Vraag: Wat zijn de risico’s van ontwateringsdiepte en hoe worden deze beoordeeld?
Antwoord: Ontwateringsrisico’s omvatten zowel hoge als lage grondwaterstanden. Een hoge grondwaterstand kan leiden tot optrekkend vocht, terwijl een lage grondwaterstand verzakking kan veroorzaken. Deze risico’s worden door andere banken gebruikt en zijn gebaseerd op grondstabilisatie om zowel vochtschade als verzakking te voorkomen.

Vraag: Heeft KCAF gegevens over andere funderingsrisico's zoals verzakking of differentiële zetting?
Antwoord: Ja, KCAF heeft gegevens over verschillende funderingsrisico's. Deze risico’s worden geëvalueerd op basis van de ontwateringsdiepte en andere factoren zoals het type fundering en bodemgesteldheid.

Vraag: Wat zijn de belangrijkste factoren (riskdrivers) die droogstand beïnvloeden?
Antwoord: Belangrijke factoren voor droogstand zijn funderingstype, bodemtype, grondwaterstand, aanwezigheid van bomen en vegetatie, rioleringen en bemalingen, en bouwactiviteiten. Deze factoren beïnvloeden de kans op droogstand en funderingsrisico’s.

Vraag: Hoe wordt de totale kans op schade berekend uit verschillende risico's zoals droogstand en ontwateringsdiepte?
Antwoord: De totale kans op schade wordt berekend door de afzonderlijke kansen te combineren, rekening houdend met de interactie tussen de risico's. Dit vereist vaak een statistische analyse.

Vraag: Binnen welke periode geldt de vermelde ‘kans op schade’?
Antwoord: De vermelding ‘kans op schade <40%’ verwijst meestal naar een langere periode, zoals 30 jaar, tenzij anders aangegeven. Voor kortere periodes moet de kans opnieuw worden berekend op basis van specifieke gegevens en risicofactoren.

Vraag: Hoe worden schadeklassen (A–E) naar kans op schade gemapt?
Antwoord: De schadeklassen A–E zijn gebaseerd op de Risman-methodiek (Risico = kans x gevolg) en geven een indicatie van de verwachte kans op schade. Verdere analyse is nodig om deze cijfers te interpreteren in een specifieke periode.

Vraag: Veranderen de definities van risicolabels of de bijbehorende kansen door de tijd?
Antwoord: Nee, de definities van de labels veranderen niet. Ze worden berekend voor de situatie in 2050 op basis van zetting, houtaantasting en grondwaterontwikkelingen. Model V3 is hierin stabiel gebleven. Wel werken we aan Model V4, dat grotere wijzigingen zal brengen.

Vraag: Hoe stabiel zijn de ondergrond en grondwaterstanden in de modellen?
Antwoord: De ondergrond is relatief stabiel en wordt eens in de paar jaar aangescherpt. Grondwaterstanden zijn dynamisch, maar voor de projectie naar 2050 worden ze gestabiliseerd om tussentijdse wijzigingen te beperken.

Vraag: Hoe moet ik een kans <10% interpreteren?
Antwoord: Dit is geografisch afhankelijk en gebaseerd op gemiddelden. Voor meer precisie werken we aan verdere validatie via de QuickScan.

Vraag: Waarom lijkt het risicolabel E tegenstrijdig?
Antwoord: Label E kan ontstaan door vastgesteld onderzoek of door satellietdata. Formeel geldt >30%, maar in de praktijk ligt dit dichter bij 90%. Omdat satellietdata beperkingen heeft, kunnen we die betrouwbaarheid niet formeel opnemen in onze openbare documentatie. In Model V4 wordt dit verder verfijnd.

Vraag: Betekent risicolabel E altijd dat herstel onvermijdelijk is?
Antwoord: Ja. Uiteindelijk zijn herstelmaatregelen onvermijdelijk. De feitelijke kans ligt eerder rond de 90%, maar wij rapporteren dit conservatiever als >30%.


3. Data en dekking

Vraag: Waarom ontbreekt er soms een risicolabel terwijl het funderingstype wel bekend is?
Antwoord: Onze datadekking is circa 99,9%. In uitzonderlijke gevallen ontbreekt een risicolabel, bijvoorbeeld bij lopende discussies met gemeenten of pandeigenaren over een funderingstype. In zulke gevallen houden we het label tijdelijk achter. Dit komt doordat de export uit een dynamische dataset wordt gegenereerd die continu wordt bijgewerkt. Het aandeel zonder label blijft onder de 0,1%.

Vraag: Betekent een ontbrekend label dat de kans op schade 0% is?
Antwoord: Nee. Een ontbrekend label betekent NULL, niet 0.

Vraag: Komen er vaker panden voor zonder risicolabel?
Antwoord: Ja, dat kan. Bijvoorbeeld bij openstaande casussen waar discussie speelt, of wanneer er onvoldoende data beschikbaar is (bijvoorbeeld over grondwaterstanden of de ondergrond). In die gevallen geven we bewust NULL terug.

Vraag: Waarom verandert het funderingstype soms in de dataset?
Antwoord: Dit gebeurt wanneer nieuwe data beschikbaar komt. Gemiddeld verwerken we 300–700 adressen per dag. Dit heeft ook invloed op omliggende panden die een verfijning krijgen van hun funderingstype. De betrouwbaarheid kan daarbij alleen omhoog gaan, niet omlaag.

Vraag: Waarom ontbreekt er na een wijziging in funderingstype soms een risicolabel?
Antwoord: Dit hangt samen met de uitzonderingen zoals beschreven bij de vraag waarom een label ontbreekt.

Vraag: Hoe kan ik zien wanneer risicolabels of modellen zijn gewijzigd?
Antwoord: Risicolabels veranderen alleen door gewijzigde brondata, niet door het model. Wijzigingen zijn terug te zien via database-timestamps of door exports met elkaar te vergelijken. Er is geen standaardvoorziening of service hiervoor.

Vraag: Hoe nauwkeurig zijn de modelschattingen voor verschillende funderingstypen en risicocategorieën?
Antwoord: De nauwkeurigheid van modelschattingen varieert vaak binnen een risicoklasse. Bij specifieke funderingstypen kunnen de afwijkingen groter zijn, afhankelijk van hun reactie op omgevingsfactoren.

Vraag: Hebben jullie inzicht in de variabiliteit van foutmarges bij verschillende types huizen of gebieden?
Antwoord: Ja, de foutmarges variëren afhankelijk van het type huis, bouwperiode en regio. We blijven onze modellen verbeteren door continue analyse en validatie met nieuwe gegevens.

Vraag: Waarom zit er meer data in de webservice teruglevering?
Antwoord: We vullen de webservice regelmatig aan met nieuwe velden. Wanneer deze gebruikt kunnen worden, staan ze vermeld op de productpagina.


4. Contract en levering

Vraag: Wat zijn de verschillende leveringsmodellen voor gegevens en hoe worden contracttermijnen bepaald?
Antwoord: Naast een standaard contracttermijn van 5 jaar zijn er ook andere leveringsmodellen beschikbaar, zoals een eenmalige datalevering. De contracttermijn van 5 jaar is gekozen om periodieke updates mogelijk te maken en om in te spelen op veranderingen in risicomodellen en methodieken.

Vraag: Hoe worden de prijzen voor nieuwe panden en mutaties bepaald?
Antwoord: De kosten van €1,18 per pand gelden voor zowel nieuwe panden als mutaties. Voor mutaties kunnen prijzen worden aangepast op basis van de aard van de wijziging, zoals verhoogde betrouwbaarheid of veranderde uitgangspunten.

Vraag: Varieert de prijs op basis van het aantal risico’s dat wordt geëvalueerd?
Antwoord: We houden het prijsmodel graag simpel met een uniform bedrag per pand. Door bepaalde risico's uit te sluiten, moeten we echter het hele bestand herzien, wat invloed kan hebben op de uiteindelijke prijs.

Vraag: Hoe verloopt de gegevensoverdracht in de praktijk?
Antwoord: Gegevensoverdracht kan plaatsvinden via een CSV-bestand met BAGPandID's, maar onze voorkeur gaat uit naar het gebruik van onze webservice voor een efficiëntere verwerking.


5. Toepassing in de markt

Vraag: Hoe wordt funderingsinformatie in taxatierapporten gepresenteerd en gecontextualiseerd?
Antwoord: De informatie over funderingsrisico’s in taxatierapporten wordt via het NWWI verstrekt en bereikt particuliere huiseigenaren en hypotheekverstrekkers via de taxateur. De taxateur plaatst de gegevens in de juiste context, zowel schriftelijk in het rapport als mondeling.

Vraag: Is het delen van funderingsinformatie eerder in het verkoopproces gekoppeld aan een specifieke pilot of project?
Antwoord: Dit is een op zichzelf staand traject. We overleggen met branchepartijen om te bepalen hoe deze informatie eerder in het proces kan worden gedeeld, bijvoorbeeld met makelaars.

Vraag: Wat is FunderMaps en waarvoor wordt het gebruikt?
Antwoord: FunderMaps is een platform dat informatie biedt over funderingsrisico's en schade aan gebouwen. Het wordt gebruikt door professionals zoals taxateurs, hypotheekverstrekkers en huiseigenaren om geïnformeerde beslissingen te nemen over vastgoed.

Vraag: Hoe werkt de FunderMaps-abonnementsdienst?
Antwoord: De abonnementsdienst biedt toegang tot uitgebreide data en analyses over funderingsrisico's. Gebruikers kunnen zich abonneren voor verschillende termijnen en toegangsniveaus, afhankelijk van hun behoeften.

Vraag: Wat is de rol van bouwjaar in de FunderMaps-data?
Antwoord: Het bouwjaar van een pand is een cruciale factor in de analyse van funderingsrisico's. Oudere gebouwen hebben vaak andere funderingstechnieken en materialen die vatbaarder kunnen zijn voor bepaalde risico's.

Vraag: Hoe worden bouwkundige eenheden in kaart gebracht?
Antwoord: Bouwkundige eenheden worden gedetailleerd geanalyseerd op basis van hun structuur, funderingstype en omgevingsfactoren. Deze gegevens helpen bij het bepalen van specifieke risicoprofielen.

Vraag: Wat houdt de QuickScan-methodiek in?
Antwoord: QuickScan is een nieuwe onderzoeksmethodiek die gebruikmaakt van geavanceerde technieken zoals satellietdata en externe metingen om nauwkeurige informatie over funderingscondities te verzamelen.

Vraag: Hoe worden eigendomsgegevens geïntegreerd in FunderMaps?
Antwoord: Eigendomsgegevens worden gebruikt om de relatie tussen eigenaar en pand vast te stellen, wat helpt bij het beoordelen van verantwoordelijkheid en mogelijke herstelacties.

Vraag: Wat zijn de standaard kaartkleuren in FunderMaps?
Antwoord: Standaard kaartkleuren worden gebruikt om verschillende risicocategorieën en funderingscondities visueel te onderscheiden, wat de interpretatie van de gegevens vergemakkelijkt.

Vraag: Hoe wordt technisch onderhoud verwerkt in FunderMaps?
Antwoord: Technisch onderhoud wordt gedocumenteerd en geanalyseerd om de invloed ervan op funderingscondities te begrijpen en toekomstige risico's te voorspellen.

Vraag: Hoe kunnen gebruikers een CSV-bestand voorbereiden voor gebruik in FunderMaps?
Antwoord: Gebruikers kunnen een CSV-bestand voorbereiden door specifieke gegevensvelden in te vullen volgens de richtlijnen van FunderMaps. Dit bestand kan vervolgens worden geüpload voor analyse.


6. Schade en meldingen

Vraag: Waarom deelt KCAF geen informatie over panden met daadwerkelijke schade?
Antwoord: Er is onderscheid: wanneer wij schade zelf vaststellen via onderzoek of satellietdata, ontsluiten wij dit wel. Meldingen door particuliere eigenaren via het Nationaal Loket worden beschermd en niet direct gedeeld. Alleen als er herstel of aanvullend onderzoek volgt en de data beschikbaar komt, nemen wij die informatie mee.

Vraag: Hoeveel funderingsproblemen worden er daadwerkelijk gemeld?
Antwoord: In 2023 ontvingen wij 1.024 meldingen via het Nationaal Loket. Dit staat los van onderzoeken. Niet alle eigenaren melden zich en niet alle onderzoeken worden gedeeld. Het aantal meldingen fluctueert sterk door maatschappelijke aandacht, maar sinds de introductie van de QuickScan zien we een duidelijke stijging.

Vraag: Wat zijn de belangrijkste stappen bij schadeontwikkeling en kansenanalyse?
Antwoord: De belangrijkste stappen omvatten het verzamelen van historische schadegegevens, statistische analyse, ontwikkeling van voorspellende modellen en integratie van deze bevindingen in het platform om nauwkeurige risico- en schaderamingen te bieden.

Vraag: Hoe wordt toekomstig inzicht in schadeontwikkeling verbeterd?
Antwoord: We plannen historische data-analyse, statistische analyse, ontwikkeling van voorspellende modellen en integratie van deze bevindingen in het FunderMaps-platform om risicoklassen naar schaderisicovoorspellingen te vertalen.


7. Documentatie en identificatie

Vraag: Hoe is het documentnummer van de NWWI Funderingsrisicorapportage opgebouwd?
Antwoord:

  • Eerste letter = onbekend
  • 4 cijfers en 2 letters = postcode
  • Huisnummer, voorloop '0' betekent nieuwbouw (adres bestaat nog niet of pand nog niet gebouwd, status BAG = vergunning verleend, bouw gestart)
  • Huisnummertoevoeging (eventueel)
  • _1 = versie

Voorbeelden:

  • W1474CB031_1
  • W6247AV06_1
  • W4208CA072_1
  • W1861GM015_1
  • W7627RZ5_1
  • W1339SB263_1
  • W5383KA06_1
  • W8931EB015_1
  • W6562LD036c_1
  • W2282MZ0319F207_1